Afstand houden?


Als je met elkaar een gezamenlijk doel hebt blijkt het mogelijk om elkaar ruimte te geven. Het duurt even voor iedereen zijn eigenbelang ondergeschikt kan maken. Of omgedraaid: voor iedereen het gezamenlijk belang tot zijn eigen belang kan maken. Dat vraagt om glashelder zijn en blijven over het gemeenschappelijk doel en de weg daarnaartoe. Steeds meer mensen houden zich aan de 1,5 meter. Op de fiets, in de winkel, op straat: je loopt of fietst met een boog om iemand heen. We noemen het ‘afstand houden’. De ander zoveel mogelijk uit de weg gaan.

We doen dat omdat we weten dat afstand houden helpt bij het wereldwijde doel dat we hebben.
Maar we zijn gewend te doen wat we doen. We houden van onze comfortzone van 60 centimeter.

Uit het niet

En nu moeten we daaruit. We moeten nu veranderen om dat virus onder controle te krijgen. Hoe krijgen we onszelf mee?

Door positief te formuleren wat we willen bereiken. Niet door een negatieve gedragsaanwijzing te geven. Ga niet fietsen! Ga niet op de bank hangen! Ga niet naar buiten!

Een niet-boodschap legt stil. Met een niet-boodschap laat je aan anderen over wat er gebeurt. En daarmee verlies je invloed op het resultaat.

Een wel-boodschap brengt beweging.
Oowwww, wat ga ik dan wel….?

Ruimte geven!

Als ik het vertaal naar nu gaat het in deze Coronacrisis dus niet over afstand houden. Juist niet. Maar over ruimte geven. Aan de ander die er even langs mag. Zodat we allebei het gezamenlijk belang dienen.

Opdat iedereen gezond blijft en iedereen die wel ziek wordt geholpen kan worden. En dan blijkt het opeens veel makkelijker om elkaar te helpen dan gedacht. Het gebeurt nu op straat. Om ons heen. RUIMTE!

Mijn pleidooi: laten we het niet meer hebben over ‘afstand houden’. Maar over: ‘ruimte geven’.

Minstens anderhalve meter. Heerlijk.

Hoe spreek ik mijn collega’s aan?


Ik geef een training aan een nieuwe groep: tien mannen en twee vrouwen. Femke komt binnen met een boze blik die ze tot de pauze zal houden. Ze gaat met haar rug naar mij toe zitten. Ik denk dat ze mij al direct fout heeft verklaard.
Als ik een training aan een nieuwe groep geef ben ik eerst vooral bezig om een beetje te kneden, te kijken of iedereen durft mee te gaan, ik laat ze kennismaken met mij en het onderwerp; ik schep een klimaat waarin geleerd kan worden.

Ik heb nog niks geleerd

Dat verdraagt zij niet: het gaat haar veel te langzaam. “Ik heb nog niks collega's aansprekengeleerd!” zegt ze tegen mij in de koffiepauze. “Als er niks verandert ga ik weg.” “Je bent natuurlijk vrij om hier te zijn of te gaan, ik beslis niet over jouw aanwezigheid. Dat is aan jou.” Ze peilt of ik dat echt meen. Ik vraag wat ze hier wil leren. Dat weet ze niet. Ze weet wel dat ze nog niets geleerd heeft.
Ik vertel haar dat ik niet meteen twaalf mensen in het eerste uur met hun individuele leervraag kan bedienen. Omdat ik bezig ben met kijken wie hier zitten, wat de dynamiek is en hoe we met elkaar aan de slag kunnen.
“Als je niet weet wat je wilt leren kan het zijn dat je de hele ochtend niks opsteekt. Je kan een leervraag hebben én je kan ook leren door wat zich aandient.”

In de tang van de boosheid

Na wat heen en weer praten zegt ze dat ze zich beter wil uitdrukken naar haar collega’s. “Hoe gaat dat dan zoal bij jou,” vraag ik. Ze zegt dat ze altijd een beetje bozig is naar haar collega’s en héél direct. “Ik zeg altijd precies waar het op staat.”

In de eerste anderhalf uur van de training had ze geen enkele collega aangesproken of iets gezegd over wat er gebeurde. En er gebeurde nogal wat. Een paar dominante mannen waren voortdurend aan het woord en hadden een mening over alles. Aan haar gezicht had ik gezien dat ze zich er groen en geel aan ergerde.
“Ik heb je niks horen zeggen tegen je collega’s. Gaat het daar soms over? Heeft je boosheid je zo in de tang dat het je niet lukt om je mannelijke collega’s ergens op aan te spreken?”
Ze valt stil. 

Een rood hoofd

“Dus het lukt niet maar je wil het wel?” Ze knikt.
Ik vraag haar wat er vanochtend gebeurde waar ze zo boos van werd.
Ze vertelt het en wordt weer boos. Ik rafel voor haar uit elkaar wat de situatie was en het gevoel dat dat bij haar opriep.
“Als dat aan elkaar geplakt is, blokkeert de boosheid de inhoud en lukt het niet om collega’s aan te spreken. Zodra het losgemaakt is, is het zegbaar.” Dat creëert opluchting, en helderheid.
Halverwege het tweede deel van de ochtend krijgt ze ineens een rood hoofd, kijkt mij aan en zegt dan tegen haar collega’s: “Ik heb tijd nodig om mijn gedachten te ordenen. Jullie gaan mij te snel. Het lukt me daardoor niet om te zeggen wat ik denk. En dat frustreert mij.”

Deep democracy

 

Vers van de pers: ik ben helemaal opgefrist door de eerste helft van de training Deep Democracy door Helen Beeley. Ik kijk uit naar het vervolg! In de tussentijd werk ik graag met teams aan het op tafel krijgen van het gedoe en de wijsheid van het team.

Juist waar er gemopperd wordt; waar teamleden zich niet gehoord voelen, waar vergeten is dat waardering voedsel voor de teamziel is; waar teamleden het schip verlaten om elders een beter heil te vinden. In zulke teams kom ik graag en help ik om het gedoe en de wijsheid van het team op tafel te krijgen. Deep democracy is een krachtige tool om inclusief te werken.

Neem contact met me op om kennis te maken: info@katjabudde.nl