Ongezouten coaching


Vandaag komt Maurice voor een intake voor coaching.

Er wordt op mijn deur geklopt. Ik doe open. Een beer van een man, ruim in gewicht, in een enorme houthakkersbloes reikt me zijn kolenschop-hand aan.
“Maurice”, zegt hij. “Aangenaam.” Hij schuift langs mij heen en blijft midden in mijn praktijk staan.
“Ik begin maar meteen. Ik wáárschuw je”, roept hij.
Dat lijkt me iets om even op door te vragen.
Ik blijf ook staan en vraag waarvoor ik gewaarschuwd moet worden. “Voor mij”, zegt hij.
”O? Wat moet ik over jou weten voor we kunnen beginnen?”

Hij hoeft geen coaching.
“Geen behoefte aan. Geneuzel. Zweverig gedoe. Heb ik geen zin in.
En als dat hier wel zo is, ga ik linea recta weer naar huis.”
“Komt dat even goed uit. Ik hou daar ook niet van,” zeg ik. “Dus wat dat betreft, duidelijk.”
“Koffie?”
“Driemaal suiker”, bromt hij.

Mijn mening?

Maurice vraagt of ik mijn mening wil geven in plaats van hem te coachen.
Het verschil zit er volgens hem in dat ik als ik hem zou coachen “je er een professionele saus overheen zou gooien”. Daar houdt Maurice niet van, zegt hij. “Ik hou van ongezouten taal”.
Hij houdt van botsen, van pittige tegenwerking en uitdagingen. Hij onderzoekt welke kant hij op wil met werk. Er zijn verschillende mogelijkheden en hij wil weten wat ik vind.
Hij vraagt me om niet te coachen, maar om aanwezig te zijn.

Het Boekenweekgeschenk is wat te hoog gegrepen

Maurice wil zichzelf meten, zijn eigen plannen onder zijn eigen loep het boekenweekgeschenknemen. En dat wil hij door mijn mening langs de zijne te leggen. Ik functioneer als externe factor om zijn eigen beeld bij te schaven.
Hij wil weten of ik een mens ben náást hem.
Maurice vertelt dat hij schrijver wil worden. Zijn mails aan mij zijn altijd geweldig. Ik hang aan de mailbox, om het zo maar te zeggen.
Het rouwdouwen met mij leidt tot contactvolle gesprekken over de waarde en kwaliteit van zijn schrijverschap. Ik hou ervan als iemand de botsing, de schuring durft op te zoeken. Het is net judo. Wat hij doet is steeds een soort aanval plegen. Ik hou van de kunst om met die energie mee te bewegen om naar het volgende te gaan.

En zo komt hij er langzaam achter wat hij er zelf van vindt.
“Dus volgend jaar mijn werk als Boekenweekgeschenk?”
“Te hoog gegrepen.”
“Trut.”
“Yep.”